Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn? Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit medicijn gebruikt. Licht uw arts in als u een van de volgende medische aandoeningen heeft of gehad heeft: te veel water in het lichaam (waterintoxicatie); als u lijdt aan diabetes of hoge suikergehaltes in het bloed hebt (hyperglycemie) als uw nieren niet functioneren zoals normaal als u een sepsis, trauma of shock heeft een lage concentratie van elektrolyten (natrium, kalium, fosfor, magnesium) in het bloed verwonding opgelopen aan het hoofd tijdens de afgelopen 24 uur; als u onlangs een beroerte (acute ischemische aanval) heeft gehad. Een hoog bloedsuikergehalte kan de gevolgen van een beroerte verergeren en het herstel beïnvloeden. als u stofwisselingsstoornissen heeft als gevolg van verhongering of voeding zonder de juiste verhouding van noodzakelijke voedingsstoffen (ondervoeding) als u lage concentraties thiamine (vitamine B1) in uw lichaam heeft. Dit kan gebeuren als u chronisch alcoholist bent. allergie aan maïs (Glucose 5 % bevat suiker afkomstig van maïs). als u een aandoening heeft die de oorzaak is van een verhoogd gehalte van vasopressine, een hormoon dat het vocht in uw lichaam regelt. U zou te veel vasopressine in uw lichaam kunnen hebben omdat u, bijvoorbeeld: - een plotse en ernstige ziekte heeft gehad - pijn heeft - een operatie heeft ondergaan - infecties, brandwonden, een hersenziekte heeft - ziekten heeft die te maken hebben met uw hart, lever, nieren of centrale zenuwstelsel - bepaalde geneesmiddelen inneemt (zie ook hieronder "Gebruikt u nog andere medicijnen?"). Hierdoor kan het risico op een laag natriumgehalte in uw bloed stijgen en dit kan leiden tot hoofdpijn, misselijkheid, toevallen, lethargie, coma, zwelling van de hersenen en overlijden. Zwelling van de hersenen verhoogt het risico op overlijden en op hersenschade. Mensen die een risico lopen op zwelling van de hersenen zijn: - kinderen - vrouwen (in het bijzonder wanneer u in de vruchtbare leeftijd bent) - mensen die problemen hebben met het vochtniveau in hun hersenen, bijvoorbeeld, door meningitis, bloeding in de schedel of een hersenletsel. Als u deze oplossing voor infusie toegediend krijgt, neemt uw arts bloed- en urinemonsters om het volgende te controleren en te volgen: concentraties aan elektrolyten zoals kalium in uw bloed (uw plasma-elektrolyten); suikergehalte (glucose); de hoeveelheid vocht in uw lichaam (uw vochtbalans); de zuurtegraad van het bloed en de urine (veranderingen in het zuur-base-evenwicht). Aangezien Glucose 5 % suiker (glucose) bevat, kan de oplossing een te hoog suikergehalte in het bloed (hyperglykemie) veroorzaken. In dat geval kan uw arts: de infusiesnelheid aanpassen. insuline toedienen om het bloedsuikergehalte te verlagen. extra kalium toedienen, indien nodig. Vanwege het risico op beschadiging of klontervorming van rode bloedcellen mag Glucose 5 % niet met dezelfde naald worden toegediend als waarmee een bloedtransfusie uitgevoerd wordt.
Glucose 5 % is een oplossing van suiker (glucose) in water. Glucose is een van de energiebronnen van het lichaam. Deze oplossing voor infusie levert 200 kilocalorieën per liter.
Glucose 5 % wordt gebruikt:
als een bron van vloeistof en suiker (koolhydraten).
om andere medicijnen die via infusie kunnen worden toegediend, te verdunnen of toe te dienen.
Welke stoffen zitten er in dit medicijn?
De werkzame stof in dit medicijn is suiker (glucose): 50 g per liter.
De andere stof in dit medicijn is water voor injecties.
Dit medicijn mag niet worden gebruikt met bepaalde hormonen (catecholaminen) waaronder adrenaline of steroïden omdat zij uw bloedsuikergehalte kunnen verhogen.
Sommige medicijnen werken in op het hormoon vasopressine. Deze medicijnen kunnen bestaan uit:
• medicatie tegen diabetes (chloorpropamide) • medicijnen tegen cholesterol (clofibraat) • sommige medicijnen tegen kanker (vincristine, ifosfamide, cyclofosfamide) • selectieve serotonineheropnameremmers (gebruikt om depressie te behandelen) • antipsychotica of opiaten voor krachtige pijnstilling • medicijnen tegen pijn en/of ontsteking (ook bekend als NSAID's) • medicijnen die de werking van vasopressine nabootsen of versterken zoals desmopressine (gebruikt om toegenomen dorst en urine-uitscheiding te behandelen), terlipressine (gebruikt om bloeding van de slokdarm te behandelen) en oxytocine (gebruikt om de bevalling in te leiden)
• anti-epileptica (carbamazepine en oxcarbazepine) • diuretica (medicijnen om beter te kunnen plassen).
Zoals elk medicijn kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken. Onder meer de volgende bijwerkingen kunnen optreden:
overgevoeligheidsreacties, waaronder een ernstige allergische reactie (anafylaxie) (mogelijk symptoom bij patiënten met een allergie aan maïs);
veranderingen in de concentraties aan elektrolyten in het bloed (verstoringen van de electrolytenbalans);
een te hoog suikergehalte in het bloed (hyperglykemie);
waterverlies uit het lichaam (dehydratie);
te veel vocht in de bloedvaten (hypervolemie)
overmatige urinelozing (polyurie);
een te laag natriumgehalte in het bloed dat kan verworven zijn tijdens ziekenhuisopname (nosocomiale hyponatriëmie) en een verwante neurologische aandoening (acute hyponatriëmische encefalopathie). Hyponatriëmie kan leiden tot onomkeerbaar hersenletsel en overlijden ten gevolge van cerebrale oedeem/zwelling van de hersenen (zie ook de rubriek 2 "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?").
reacties als gevolg van de wijze van toediening:
irritatie van de ader waarin de oplossing toegediend wordt die kan leiden tot roodheid, pijn of een brandend gevoel en zwelling rond de ader waarin de oplossing toegediend wordt;
lokale pijn of reactie (roodheid of zwelling op de plaats van infusie);
koorts, koortsreactie (pyrexie);
infectie op de plaats van injectie;
uittreding van de oplossing voor infusie in de weefsels rond de ader (extravasatie), wat kan leiden tot weefselbeschadiging en littekenvorming;
vorming van een bloedklonter (veneuze trombose) op de plaats van infusie, wat pijn, zwelling of roodheid veroorzaakt in de omgeving van de klonter;
Als een medicijn toegevoegd is aan deze oplossing voor infusie, kan ook dat toegevoegde medicijn leiden tot bijwerkingen. Deze bijwerkingen zijn afhankelijk van het toegevoegde medicijn. Lees de bijsluiter van het toegevoegde medicijn voor een overzicht van mogelijke verschijnselen.
U mag Glucose 5 % NIET toegediend krijgen als u lijdt aan een van de volgende aandoeningen
onvoldoende behandelde diabetes, waardoor uw bloedsuikergehalte kan stijgen tot boven de normale waarden (niet-gecompenseerde diabetes); toestanden waarin glucose niet verdragen wordt, zoals: wanneer de stofwisseling van het lichaam niet goed werkt, bijvoorbeeld als gevolg van een ernstige ziekte (metabole stress); hyperosmolair coma (bewusteloosheid), een vorm van coma die kan optreden als u lijdt aan diabetes en niet voldoende geneesmiddelen toegediend krijgt; een te hoog suikergehalte in het bloed (hyperglykemie); een te hoog lactaatgehalte in het bloed (hyperlactatemie); intolerantie (overgevoeligheid) voor glucose. Dit kan voorkomen bij patiënten met een allergie voor maïs.
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u dit medicijn gebruikt. Zwangerschap Glucoseoplossing mag worden gebruikt tijdens de zwangerschap. Voorzichtigheid is echter geboden als een glucoseoplossing wordt gebruikt tijdens de bevalling. Vruchtbaarheid Er zijn geen toereikende gegevens over het effect van glucose op de vruchtbaarheid. Niettemin wordt er geen effect op de vruchtbaarheid verwacht. Borstvoeding Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van glucoseoplossing in de borstvoedingsperiode. Niettemin wordt er geen effect op de borstvoeding verwacht. Glucose 5% mag gebruikt worden tijdens de borstvoeding. Als tijdens zwangerschap of borstvoeding een ander medicijn moet worden toegevoegd aan deze oplossing voor infusie, moet u echter uw arts raadplegen en de bijsluiter van het toe te voegen medicijn lezen.
| CNK | 1741701 |
|---|---|
| Organisaties | Baxter |
| Merken | Baxter |
| Breedte | 104 mm |
| Lengte | 207 mm |
| Diepte | 20 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 1 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |